zeppelin

mannelijk (de)/ˌzɛpɛˈlin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verkeer (verkeer) luchtschip in de lucht gehouden door een groot volume waterstof of helium
    Door de brand van de Hindenburg is de zeppelin in kwade reuk geraakt.

Etymologie

*van "Zeppelin", (eponiem) dat verwijst naar de Duitse uitvinder , in de betekenis van ‘luchtschip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1909

Vertalingen

Engelsairship, zeppelin
DuitsZeppelin