zestiger

mannelijk (de)/ˈsɛstəɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand met een leeftijd tussen de 60 en 70 jaar
    Het entreekaartje voor het museum is voor zestigers twintig procent goedkoper.
    Het was een eigenaardige zestiger met een Chriet Titulaer-baard, gehuld in een rok.

Etymologie

* afgeleid van zestig