zesvoud

onzijdig (het)/ˈzɛsfɑut/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zesmaal zo grote hoeveelheid
  2. wiskunde (wiskunde) natuurlijk getal dat deelbaar is door zes

Etymologie

*afgeleid van zes

Uitdrukkingen

  • in zesvoud[1] in de vorm van zes identieke exemplaren, dat wil zeggen: met vijf kopieën erbij