zetboer

mannelijk (de)/ˈzɛdbur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die voor de eigenlijke eigenaar een boerderij beheertDe zetboer voert beheer over het land, de behuizingen, de levende have (vee) en de goederen; hijzelf heeft geen eigendommen in het bedrijf.
    Hij was als zetboer begonnen, maar heeft nu zijn eigen boerderij.