zetpil
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzɛtpɪl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (farmacologie) medicament in de vorm van een pil die via de anus toegediend wordtHeb je je zetpil al genomen?
- (farmacologie) (bij vrouwen ook:) medicament in de vorm van een pil die via de vagina toegediend wordt
Etymologie
* , in de betekenis van ‘pil die in de endeldarm gebracht wordt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1642
Vertalingen
Engelssuppository
Franssuppositoire
Spaanssupositorio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek