Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

ziekenbarak

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deel van een concentratiekamp of legerkamp waar zieken 'verzorgd' worden
    Later werd Verduin opnieuw zwaar ziek en raakte hij zelfs in een coma. Nu leek zijn einde onafwendbaar, maar het hoofd van de ziekenbarak, een Pools-Joodse medegevangene, verklaarde hem ‘overleden’ en op deze curieuze manier heeft hij als 'dode' de laatste weken van Auschwitz overleefd.
    Op 27 december 1944 overleed Jan de Visser op 28-jarige leeftijd in de overvolle ziekenbarak.
    Turgel zat onder meer in Auschwitz Birkenau en Buchenwald en werd daarna in een veewagen naar Bergen-Belsen gebracht. In de nadagen van de oorlog werd het kamp geteisterd door de tyfus. De 22-jarige Turgel kwam in februari 1945 daar aan en wist de Duitsers zover te krijgen dat ze als gevangene mocht werken in de ziekenbarakken van het kamp.