ziekenhuis
Wat is de betekenis van ziekenhuis?
ziekenhuis betekent: (medisch) instelling voor onderzoek, behandeling en verpleging van zieken
Betekenis
- (medisch) instelling voor onderzoek, behandeling en verpleging van zieken
Voorbeelden van "ziekenhuis" in een zin
- Ik word opgenomen in het ziekenhuis.
- Daarna verdween de Sint zoals hij gekomen was. Drie dagen lang lag de abt in het ziekenhuis, zwevend tussen leven en dood.
Betekenis en uitleg van ziekenhuis
Een ziekenhuis is een instelling waar mensen met gezondheidsproblemen worden behandeld. Het is een plek waar zowel acute als chronische zorg wordt geboden, vaak met behulp van medische professionals zoals artsen en verpleegkundigen.
Het woord 'ziekenhuis' gebruik je vaak in situaties waarin iemand medische hulp nodig heeft, bijvoorbeeld bij een ongeval of ziekte. Het geeft aan dat er professionele zorg beschikbaar is voor diagnose, behandeling en herstel. Ziekenhuizen kunnen ook specialisaties hebben, zoals kinderziekenhuizen of academische ziekenhuizen, wat de zorg verder kan nuanceren.
Voorbeelden
- Na haar val moest ze naar het ziekenhuis voor een röntgenfoto van haar enkel.
- Het ziekenhuis heeft een nieuwe afdeling geopend voor geestelijke gezondheidszorg.
- Tijdens de pandemie was het ziekenhuis vaak overvol met patiënten die COVID-19 hadden.
Woordoorsprong
Het woord 'ziekenhuis' komt van 'ziek', wat verwijst naar de toestand van de patiënt, en 'huis', wat een plaats aangeeft waar zorg wordt verleend.
Veelgestelde vragen over ziekenhuis
Wat is de betekenis van ziekenhuis?
ziekenhuis betekent: (medisch) instelling voor onderzoek, behandeling en verpleging van zieken
Welk woordgeslacht heeft ziekenhuis?
ziekenhuis is een onzijdig (het).
Hoe gebruik je ziekenhuis in een zin?
Voorbeeld: “Ik word opgenomen in het ziekenhuis.”