ziekenhuishulp

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de zorg die een zieke in een ziekenhuis ontvangt
    Ze hebben het kamperen dicht bij huis uit noodzaak ontdekt. Jongste zoon Sebastian kan vanwege een stofwisselingsziekte acuut op ziekenhuishulp zijn aangewezen.
    Het idee om een persoonsgebonden budget (pgb) in de ziekenhuiszorg in te voeren komt van de RVZ. Een pgb zou niet bij alle vormen van ziekenhuiszorg van kracht moeten zijn, maar alleen voor chronische aandoeningen, waarbij patiënten langdurig en regelmatig ziekenhuishulp nodig hebben.