ziekenzuster

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religieuze die zorgt voor zieken
    Feestelingen die vooral binnenblijven, trekken zich weinig van het weer aan en willen nog altijd graag als ziekenzuster, stewardess en politieagent verkleed gaan.
    De religieuze leefde 85 jaar in het klooster en was als ziekenzuster actief in verschillende Italiaanse steden.
  2. verpleegster
    De in Libië aanvankelijk ter dood en vervolgens tot levenslang veroordeelde ziekenzusters, aan wie onmiddellijk na hun terugkeer in hun geboorteland gratie werd verleend, vertelden over "geestelijke en lichamelijke geweldplegingen" in de gevangenis.

Vertalingen

Engelsnurse