Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

ziekte-uitval

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het niet kunnen functioneren door ziekte
    Zoals in het rustoord is ook in de servicecenters van Toyota de ziekte-uitval veel minder groot dan in het acht urensysteem, vertelde algemeen directeur Martin Banck onlangs aan de Brtise krant The Guardian .
    De ziekenhuizen van Ziekenhuisgroep Twente (ZGT) in Hengelo en Almelo kunnen zich geen versoepelingen van de coronamaatregelen veroorloven vanwege het hoge aantal besmettingen. Ziekte-uitval is hoog en het aantal patiΓ«nten met covid loopt op.