zijpen
/ˈzɛɪpə(n)/
Wat is de betekenis van zijpen?
zijpen betekent: (inerg) druipen, druppelen
Betekenis
werkwoord
- (inerg) druipen, druppelen
- (erga) druppelend ergens terechtkomen
Voorbeelden van "zijpen" in een zin
- De kraan heeft urenlang gezepen.
- Kijk eens hoeveel er op de grond gezepen is.
Etymologie
*(erfwoord): Middelnederlands sīpen, ontwikkeld uit Oergermaans *sīpan-, bij Indo-Europees *seib-, waartoe ook Oudgrieks eíbein ‘laten vloeien’ behoort. Evenals Nederduits siepen ‘sijpelen, druppelen’, Engels seep ‘sijpelen’ en Deens sive ‘langzaam vloeien of lekken’.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek