zijspiegel
mannelijk (de)/ˈzɛispiɣəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) een spiegel aan zijkant van een voertuig waarin de chauffeur het zijdelings achteropkomende verkeer kan waarnemenJe moet je zijspiegel nog even goed zetten.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek