Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

zijtocht

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. sloot die aan de zijkant van een hoofdvaart uitmondt
    β€˜Nu rechts roeien, rechts alleen, want hier, links, is de zijtocht,’ riep Dik. β€˜Neen, rechts alleen! Wacht, geef de riemen hier, dan zal ik het wel doen.’
  2. een tour die een aftakking is van een hoofdreis
    Om toch alle 4.286 kilometers te lopen, liep ik later een aantal extra zijtochten om alsnog die verloren kilometers in te halen.