zijuitgang

mannelijk (de)/ˈzɛiœytxɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. uitgang aan de zijkant van een gebouw
    De Brit kon ternauwernood via een zijuitgang ontsnappen, meldt hij aan The Sun.
    Carol Todd zat maandagmorgen in de zaal van de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp op het moment dat C. werd binnengebracht. Vrijwel onmiddellijk daarna werd ze door een zijuitgang naar buiten geleid. „Saw him!!”, schreef ze niet veel later op haar Facebookpagina.