zilverberk

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. berk met een zilvergrijze bast
    Niet zo fraai, zo’n kil kanaal, zou je denken, maar de rijen zilverberken aan beide zijden van een smal zandpad maken er machtig mooie fietskilometers van.
    Er stond al snel een keur aan bomen en heesters. Wilgen, een megalijsterbes en een prachtige zilverberk.