zindelijk

ˈzɪndələk

Wat is de betekenis van zindelijk?

zindelijk betekent: de natuurlijke behoeften beheersend en uitoefenend op een aangewezen plaats

Betekenis

bijvoeglijk naamwoord
  1. de natuurlijke behoeften beheersend en uitoefenend op een aangewezen plaats
  2. de natuurlijke behoeften beheersend en uitoefenend op een aangewezen plaats
  3. de natuurlijke behoeften beheersend en uitoefenend op een aangewezen plaats
  4. helder, proper, rein, schoon
  5. figuurlijk_in_het_nederlands ethisch of rationeel zuiver (puur)

Voorbeelden van "zindelijk" in een zin

  • De meeste basisscholen verwachten dat een kind zindelijk is als het op school begint. Onderwijzers hebben geen tijd om luiers te verschonen.
  • Mijn pup was in twee dagen zindelijk.
  • Wij, in tegenstelling tot jullie, zijn zindelijk. In ons huis laten wij geen smerige insecten toe.
  • Voor mij persoonlijk ligt het nut van filosoferen dus vooral in het propageren van zindelijk taalgebruik.

Etymologie

van Middelnederlands sindelijc "zinnelijk", op te vatten als afgeleid van zinnelijk met het invoegsel -d- met het achtervoegsel -lijk in de betekenis van ‘schoon, proper’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1612

Vertalingen

Duitstrocken werdend, rein, stubenrein, sauber, sauber werdend
Engelspotty-trained, house-broken, pure, house-trained, toilet-trained
Fransnettoyé, propre, entraîné à la propreté
Spaansentrenado, aseado, puro, limpio