zingen
/ˈzɪŋə(n)/
Wat is de betekenis van zingen?
zingen betekent: (ov) (muziek) met de eigen stem als muziek laten horen
Betekenis
werkwoord
- (ov) (muziek) met de eigen stem als muziek laten horen
- (inerg) (figuurlijk) kenmerkend geluid in een vloeistof die gaat koken, veroorzaakt door de opstijgende dampbelletjes
Voorbeelden van "zingen" in een zin
- Zij zingen iedere zaterdag in een koor.
- Maar aan mensen die zingen kun je onmogelijk een hekel hebben.
- Er werd verteld hoe eens een abt verbood in zijn klooster Sinterklaasliedjes te zingen, niettegenstaande de smeekbeden van de monniken.
- Het water zingt al, het zal spoedig koken.
Etymologie
* (erfwoord) via Middelnederlands "singhen" van Oudnederlands "singan", in de betekenis van ‘met de stem muziek voortbrengen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Uitdrukkingen
- Als je het niet zeggen kunt, zing het dan maar. — Probeer iets geheel op je eigen manier te vertellen als het in normale bewoordingen niet lukt
- De ekster wil zingen tegen de nachtegaal. — Iemand wil zelf proberen iets voor elkaar te krijgen wat hem/haar totaal niet afgaat, in plaats van dat over te laten aan degenen die hier wel goed toe in staat zijn
- De koekoek en de sijs zingen niet dezelfde wijs. — Iedereen heeft zijn eigen typische ideeën en gewoontes
- Een kort liedje is gauw gezongen. — Leed hoeft niet lang te duren
- Een liedje van verlangen zingen — Op allerlei manieren een wens uitspreken
- Een toontje lager zingen — Minder opscheppen, minder snoeven, een minder grote mond hebben
- Elk(e) vogel(tje) zingt zoals hij gebekt is — Ieder laat zich uit op een wijze die door zijn eigen aard (en opvattingen) bepaald worden
- Geen twee deuntjes voor één cent zingen — Geen zin hebben hetzelfde nog een keer te herhalen
Vertalingen
Engelssing
Franschanter
Duitssingen
Spaanscantar
Italiaanscantare
Portugeescantar
Russischпеть
Japans歌う, うたう, utau
Turksşarkı söylemek
Poolsśpiewać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek