zinkput
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- put van een riool waar vuil in kan bezinken
- (bouwkunde) een gemetselde put zonder bodem
- plaats waar afvalstoffen zich ophopenIn Zembla noemt hoogleraar Milieukunde Lucas Reijnders stookolie voor zeeschepen een ‘zinkput voor alle rotzooi die ze bedacht hebben, een heksenbrouwsel’. Volkskrant Trommelen 10 oktober 2009Ze zouden per saldo geen extra koolstof opslaan of afgeven. Nu dat wel gebeurt, functioneren de bossen als zinkputvoor koolstof die elders door de verbranding van fossiele brandstoffen vrijkomt.Volkskrant Jeroen Trommelen 21 februari 2004,
Vertalingen
Engelscesspit, soakaway, absorbing well
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek