Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zinstructuur
vrouwelijk (de)/ˈzɪnstrʏkˌtyr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de opbouw van een zin uit woorden en woordgroepen“Ik zie mezelf als een musicus die een partituur uitvoert, en dat gebeurt in overleg met de componist. Een vertaling moet zich loszingen van het origineel, de zinstructuur moet echt Nederlands worden.”De computer kan dat beter door heel specifiek te kijken naar woordgebruik, zinstructuur en context. Spreekt iemand veel in de ik-vorm? Door zijn algoritmes die regelmaat ontwaren in grote databestanden, heeft de robot een neus voor talent. Eng? Joosten-Rabou vindt van niet. "Hoe bedrijven nu beslissingen nemen is juist ontzettend subjectief."
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek