zinsverbijstering

vrouwelijk (de)/ˈzɪnsfərbɛɪstərɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdelijke periode van waanzin
    In een vlaag van zinsverbijstering sprong de man het veld op en wist hij de vijandelijke doelpoging te verijdelen met een prachtige sliding tackle. En hij had ondertussen ook nog zijn medische tassen vast! Tubantia 25 sep. 2012 [https://www.tubantia.nl/nederlands-voetbal/doldwaze-verzorger-belet-aanvaller-te-scoren~a6de3b6d/ Doldwaze verzorger belet aanvaller te scoren]
    De echtgenoot van de vrouw trof het drietal dinsdagavond aan. Justitie stelde dat de zelfmoorden plaatsvonden uit „collectieve zinsverbijstering.” Reformatorisch Dagblad 18-08-2010 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/drievoudige-zelfmoord-gezin-belgi%C3%AB-1.568548 Drievoudige zelfmoord gezin België]

Vertalingen

Engelsmadness, lunacy, insanity