zitpenning

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vergoeding die iemand ontvangt om bij vergaderingen e.d. aanwezig te zijn
    Jan Callebaut, een van de auteurs van Het Merk België, legde me uit: „Als je dan een gemeenschappelijk punt tussen Belgen zou moeten vaststellen, is het een zeker cynisme tegenover de eigen context.” Een cynisme dat er onder meer in resulteert dat de Parti Socialiste na decennia van schandalen en meer recent de ontdekking dat ze bij een daklozenorganisatie tonnen aan zitpenningen inden, tóch weer gewoon opklimt in de peilingen. „Ach, iedereen sjoemelt, zij geven het tenminste toe”, vertrouwde iemand me toe. NRC Anouk van Kampen 2 mei 2018 [https://www.nrc.nl/nieuws/2018/05/02/de-belgen-lachen-gelukkig-om-hun-kafkaeske-bureaucratie-a1601512 De Belgen lachen gelukkig om hun kafkaëske bureaucratie]

Vertalingen

Engelsattendance money, attendance and directors fees