zituur

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tijd dat men vergadert of zitting houdt
    Een aantal burgemeesters heeft al politiebescherming aangevraagd, of heeft agenten in burger geposteerd tijdens een gemeenteraad of het zituur, omdat er in de gemeente mensen zijn die hen bedreigen.
  2. tijdstip waarop een vergadering begint
  3. de tijdsduur dat men zittend een meubel gebruikt
    Hij bestelde geen kantoormeubelen meer maar zituren, geen tapijt maar loopuren. ‘We beseften dat we niet alleen de architectuur van gebouwen moesten veranderen, maar vooral die van onze businessplannen.