zoetelaar

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die levensmiddelen aan de soldaten van een leger levert
    Maar de zoetelaar is plots verdwenen achter de wagen. Ineens komt hij vanachter de wagen, grijpt de wachter bij de kraag en 't kruis en gooit hem over de slotmuur in de diepe, brede gracht.[http://www.figy.be/legenden/Turnhout_Zoetelaar.htm Een gewiekste zoetelaar; een legende uit Turnhout]
  2. beroep (beroep) een varende detailhandelaar

Etymologie

*afgeleid van ??

Vertalingen

Engelssutler, victualer