Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
zoetgeurende franjehoed
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (steeltjeszwammen) een schimmel behorend tot de familie . Hij leeft saprotroof op stronken van naaldhout in gemengd bos op humeus zand. De geur is apart en zoet. De sporen zijn voorzien van een kleine kiempore (0,5 >um) en meten 5,5 − 6,6 × 3,0 − 3,5 µm. Er zijn pleurocystidia en cheilocystidia aanwezig. In Nederland komt de zoetgeurende franjehoed uiterst zeldzaam voor
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek