zoetwaren
meervoud/ˈzutwarə(n)/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) categorie producten die waarvan de smaak door suiker wordt bepaaldNederlanders aten liever zoetwaren als koekjes en chocolade tijdens de koffie- en theepauze.
Etymologie
*, ook op te vatten als meervoudsvorm van het minder gangbare zoetwaar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek