zogen
/ˈzoːɣ.ə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) het te drinken geven van moedermelkZij zoogde haar kindje.
Etymologie
* (erfwoord): Middelnederlands sōghen ‘laten zuigen, i.h.b. van moedermelk’, ontwikkeld uit Oergermaans *saugijan- ‘doen zuigen’, causatief bij *sūgan- ‘zuigen’, waaruit zuigen; zie aldaar. Evenals Nederduits sögen, Duits säugen ‘de borst krijgen’ en IJslands seygja.
Vertalingen
Engelsbreastfeed, suckle, nurse
Fransallaiter, donner le sein
Duitsstillen, nähren
Spaansamamantar, dar el pecho
Italiaansallattare
Poolskarmić mlekiem, wykarmić
Zweedsdia, dägga, amma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek