zombie

mannelijk (de)/ˈzɔmbi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mythologie, magie (mythologie), (magie) door magie uit de dood teruggebracht persoon
    Een zombie wordt vaak verondersteld de slaaf van degene te zijn die hem uit de dood heeft terugeroepen.

Etymologie

*via het Amerikaans-Engels "zombie" vermoedelijk ontleend aan het "zumbi" "fetisj" of "nzumbi" "geest", in de betekenis van ‘opgestaan lijk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1954

Vertalingen

Engelszombie, zombi
Franszombi, zombie, zombie
DuitsZombie
Spaanszombi, zombie
Italiaanszombi
Russischзомби
Zweedszombie