zomergast
mannelijk (de)/ˈzomərˌɣɑst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) een diersoort, gewoonlijk een vogel, die de slechts de zomer in een bepaald gebied doorbrengtGierzwaluwen zijn typische zomergasten.
- overdrachtelijk een persoon die slechts in de zomer in een bepaald gebied te vinden isEr kwam een bus vol Poolse zomergasten naar Didam; het waren kinderen uit Katowice.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek