zomerzotheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dwaasheid, tropenkolderSP-leider Roemer zegt in een reactie dat ze in Europa "willen doordenderen" en zich nergens meer voor schamen. PVV-voorman Wilders vindt dat het voorstel van Merkel de prullenbak in moet en spreekt van zomerzotheid.Tekenaar André Solie kreeg de Boekenpauw voor 'De Zomerzot, dat gaat over de tot een nachtmerrie uitgroeiende fantasie van een bang kind. Sollie won in 1998 al een Boekenpauw en in 2005 een Boekenpluim.
- dwaze verliefdheid
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek