zondagochtend
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) de uren van een zondag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van zondagWe hebben die hele zondagochtend in het ziekenhuis doorgebracht.Op zondagochtend fietste ik richting onbekende kerkklokken om te zien of de gemeente en de sfeer daar iets voor mij was.Op zondagochtend nam Lauritz Karl besluitvaardig mee op een vistochtje, de zoon moest roeien.
- (tijdrekening) in de ochtend van de zondagKun je zondagochtend ook komen?
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek