zondagochtend

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdrekening (tijdrekening) de uren van een zondag tussen de nachtelijke uren en de middag, de ochtend van zondag
    We hebben die hele zondagochtend in het ziekenhuis doorgebracht.
    Op zondagochtend fietste ik richting onbekende kerkklokken om te zien of de gemeente en de sfeer daar iets voor mij was.
    Op zondagochtend nam Lauritz Karl besluitvaardig mee op een vistochtje, de zoon moest roeien.
  2. tijdrekening (tijdrekening) in de ochtend van de zondag
    Kun je zondagochtend ook komen?