zonnedag

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een dag met zonnig weer
    En dan is er opeens weer die eerste zomerse dag van het jaar, waardoor je je helemaal niet 22, maar gewoon weer zestien voelt. Je bent ouder geworden, maar niet qua aantal zonnedagen. Op je 22e heb je (zes maal dertig dagen) amper een half jaar extra aan zomerdagen meegemaakts sinds je zestiende. Je zonneleeftijd is dan zestien-en-een-half. Zelf ben ik 33, maar door het lekkere weer voelde ik me de afgelopen dagen (zeventien maal dertig dagen) ongeveer 18,5. En dat terwijl mijn gezicht al begint te hangen en ik met mijn drie banen en eigen huis het leven van een bijna-veertiger leef. NRC Ellen Deckwitz 10 mei 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/05/10/zonneleeftijd-1617626-a23873 Zonneleeftijd]
  2. dat met verhoogde zonneactiviteit
  3. de tijd tussen het weer even hoog aan de hemel staan van de zon
    Vermits een seconde bekomen met een atoomklok, korter is dan een seconde bepaald als de fractie van een zonnedag, zal de TAI afwijken van de tijdsschaal gebaseerd op de aardrotatie, ook wel de Universele Tijd genoemd. Voor praktische doeleinden is het echter noodzakelijk om ons tijdssysteem zo dicht mogelijk te laten aansluiten bij de zonnetijd. De Standaard 22/12/2008 door bvb [https://www.standaard.be/cnt/dmf22122008_053 Nieuwe jaar duurt meteen een seconde langer]

Vertalingen

Engelssolar day