zonnejurk

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) een luchtige jurk bedoeld om in de warmte van de zomer gedragen te worden
    Ook bleek op de laatste dag van hun vakantieweek dat ze een minuscuul draagbaar telefoontje bezat dat vanuit een verborgen vak in haar schoudertas de beginmaten van de Radetzky-mars voortbracht - ze kleurde tot diep in de hals van haar zonnejurk en hij verzekerde haar dat het niet erg was, dat hij haar er immers allang een had willen geven; maar van deze kleine zilverkleurige had hij het nummer nooit gekregen. Hedda Martens (2003)– [tijdschrift] Gids, De [https://www.dbnl.org/tekst/_gid001200301_01/_gid001200301_01_0132.php Iemandsland]

Vertalingen

Engelssummer frock