zonneslag

mannelijk (de)/ˈzɔnəˌslɑx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) ziekteverschijnselen die optreden door overmatige verhitting van hoofd en nek als de zon fel schijnt
    In Zanzibar overlijdt hij aan de gevolgen van een zonneslag.
  2. verouderd (verouderd) zeer fel schijnende zon gedurende een bepaalde tijd
    Ottevare had toevallig vernomen, dat de druiven in de serre van den baron dit jaar door eenen zonneslag nagenoeg vernield waren.
  3. plantkunde (plantkunde) benaming voor schimmelziekte die in het voorjaar bij sommige steenvruchten kan optreden

Etymologie

*leenvertaling van "coup de soleil",