zoogbroeder

mannelijk (de)/ˈzoɣbrudər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een andere mannelijke zuigeling die door dezelfde voedster gezoogd wordt
    Hoewel de ene zoogbroeder van adel was en de andere het kind van de min, groeide er vaak een gevoel van verwantschap tussen de twee.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->