zoogkoe
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een rund waarvan het kalf door de moeder wordt gevoedDe grote open potstal, waar de gehoornde koeien vrij in en uit kunnen lopen, is leeg, op één zoogkoe met kalf na. Alleen een automatische voerschuif doet zijn werk. Toch is het boerenerf bepaald niet uitgestorven.De Vlaamse veehouders krijgen 3.867.500 euro. Het exacte bedrag per zoogkoe of vaars is nog niet bekend, maar zal ongeveer 30 euro bedragen. Een gemiddeld zoogkoeienbedrijf ontvangt ongeveer 700 euro.
Vertalingen
Engelssuckler cow, nurse cow
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek