zool
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onderkant van de voet
- onderkant van schoeisel of kous
- (gereedschap) de vlakke onderzijde van een schaaf, strijkijzer etc.
- (waterbeheer) de onderkant van een dijk, terp of kade
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘onderste deel van voet of schoen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelssole, sole
Fransplante du pied, semelle, semelle
DuitsSohle, Sohle
Spaansplanta, suela
Russischподошва
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek