zuid-amerikaan
mannelijk (de)/ˈzœytaˌmeriˌkan/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (demoniem) een inwoner van Zuid-Amerika, of iemand afkomstig uit Zuid-AmerikaOnlangs werden op deze plek meerdere mogelijke uitvinders van de omhaal genoemd. Wie kwam als eerst op het idee om met de voeten in de lucht en de rug bij het gras, achterwaarts te trappen? Hoe verdeeld de opvattingen ook zijn, de meeste historici zijn het erover eens dat het een Zuid-Amerikaan was: een Braziliaan, een Peruviaan of een Chileen. Allen hebben ze hun eigen naam voor de beweging.
Etymologie
*afgeleid van "Zuid-Amerika"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek