zuidkant

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de kant die in het zuiden gelegen is.
    Aan de zuidkant van de stad ligt een groot bos.
    Het Grand Hotel was al in 1893 klaar, het sanatorium tien jaar later, aan de zuidkant van de spoorweg werden grote villa's gebouwd, de huizen van de arbeiders kwamen aan de noordkant.