zuignap

mannelijk (de)/ˈzœyxnɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) schotel- of komvormig zuigorgaan waarmee dieren zich vasthechten
  2. zuigorgaan waarmee waarmee parasiterende planten water en voedsel uit hun gastheer halen
  3. ronde holte van flexibel materiaal die vacuüm wordt gemaakt om aan een oppervlak te hechten