zuinigheid

vrouwelijk (de)/ˈzœynəxˌhɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het zuinig zijn
    Waar komt die zuinigheid van jou toch vandaan?

Etymologie

*Afgeleid van zuinig

Uitdrukkingen

  • Met zuinig zijn kan veel bereikt worden.

Vertalingen

Engelseconomy
Franséconomie
DuitsSparsamkeit
Spaanseconomía
Italiaanseconomia, parsimonia
Poolsoszczędność