zuipen
/ˈzœypə(n)/
Betekenis
werkwoord
- zwaar of gulzig drinkenHij zoop als een ketter.
- in sterke mate olie of benzine verbruikenDie auto zuipt benzine en met deze prijzen is dat geen pretje.
Etymologie
* In de betekenis van ‘(onmatig) drinken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsguzzle
Franspicoler
Duitssaufen
Spaansempinar, chingar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek