zuiver
ˈzœyvər
Wat is de betekenis van zuiver?
zuiver betekent: onbezoedeld, zonder verontreiniging
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- onbezoedeld, zonder verontreiniging
- precies de juiste toonhoogte
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuiveren
- gebiedende wijs van zuiveren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zuiveren
Voorbeelden van "zuiver" in een zin
- Dit is het zuiverste water dat de natuur ons te bieden heeft.
- Het was een zuiver instrument.
- Ik zuiver.
- Zuiver!
- Zuiver je?
Etymologie
via Middelnederlands suver dat teruggaat op Latijn sobrius "nuchter, niet dronken", in de betekenis van ‘puur, helder’ aangetroffen vanaf 1236
Vertalingen
Duitsrein, sauber
Engelspure
Spaanspuro, inmaculado, limpio
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek