zuiverheid
vrouwelijk (de)/ˈzœyvərˌhɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- helemaal vrij zijn van verontreinigingen, reinheid, properheid
- helemaal vrij zijn van bijmengingenDe zuiverheid van deze cocaïne valt zeer te betwijfelen.
- van een persoon of functionaris: onberispelijkheid, kuisheid, maagdelijkheid
- van een redenering: helderheid, duidelijkheid
Etymologie
* afgeleid van zuiver
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek