Zuring
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzyrɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten): benaming voor meest overblijvende, kruidachtige planten uit het geslacht in de duizendknoopfamilie waarvan sommige soorten eetbare bladeren hebben
- (groente) eetbare bladeren van die in salades gebruikt wordenVoor paling-in-het-groen gebruikt men zuring.
zelfstandig naamwoord
- (scheikunde) proces waarbij iets zuurder wordt gemaakt
Etymologie
*[B] van "zuren"
Vertalingen
Engelsdock, sorrel, acidification
Fransoseille, patience, parelle
DuitsSauerampfer, Ampfer
Spaansacedera
Italiaansromice, lapazio
Portugeesazeda
Russischщавель
Poolsszczaw
Zweedsängssyra, skräppor
Deensskræppe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek