Zuring

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈzyrɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten): benaming voor meest overblijvende, kruidachtige planten uit het geslacht in de duizendknoopfamilie waarvan sommige soorten eetbare bladeren hebben
  2. groente (groente) eetbare bladeren van die in salades gebruikt worden
    Voor paling-in-het-groen gebruikt men zuring.
zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) proces waarbij iets zuurder wordt gemaakt

Etymologie

*[B] van "zuren"

Vertalingen

Engelsdock, sorrel, acidification
Fransoseille, patience, parelle
DuitsSauerampfer, Ampfer
Spaansacedera
Italiaansromice, lapazio
Portugeesazeda
Russischщавель
Poolsszczaw
Zweedsängssyra, skräppor
Deensskræppe