zwaaien
Wat is de betekenis van zwaaien?
zwaaien betekent: (inerg) begroeten door met de hand heen en weer te bewegen
Betekenis
- (inerg) begroeten door met de hand heen en weer te bewegen
- (inerg) heen en weer bewogen worden, slingeren
- (inerg) aandacht vragen door met de armen heen en weer te bewegen
- (ov) krachtig heen en weer bewegen
Voorbeelden van "zwaaien" in een zin
- De kinderen stonden al te zwaaien toen we aankwamen.
- Ik hoorde nog wat geschreeuw van onder in het dal en zwaaide dat alles oké was.
- De man stond te zwaaien om ons aan te geven dat we er niet in mochten rijden.
Betekenis en uitleg van zwaaien
Zwaaien is het maken van een beweging met je arm, vaak om iemand te begroeten of afscheid te nemen. Het is een eenvoudige maar krachtige manier om contact te maken zonder woorden te gebruiken.
Je gebruikt 'zwaaien' meestal wanneer je iemand op afstand ziet en je wilt laten weten dat je hen hebt opgemerkt. Het kan ook een speelse of vrolijke lading hebben, afhankelijk van de situatie, zoals wanneer je een vriend begroet of een kind aanmoedigt. Zwaaien kan ook een teken van vriendelijkheid zijn, bijvoorbeeld wanneer je een onbekende in de auto begroet.
Voorbeelden
- Toen ik mijn vriend in de verte zag, begon ik enthousiast te zwaaien.
- De kinderen zwaaiden naar de voorbijrijdende trein, blij om de locomotief te zien.
- Bij het afscheid nemen van de vakantiegangers stonden we allemaal op het perron te zwaaien.
Woordoorsprong
Het woord 'zwaaien' komt van het Middelnederlandse 'zwaien', dat 'bewegen' of 'schommelen' betekende. Het is verwant aan woorden die beweging en gebaren beschrijven.
Veelgestelde vragen over zwaaien
Wat is de betekenis van zwaaien?
zwaaien betekent: (inerg) begroeten door met de hand heen en weer te bewegen
Hoeveel betekenissen heeft zwaaien?
zwaaien heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je zwaaien in een zin?
Voorbeeld: “De kinderen stonden al te zwaaien toen we aankwamen.”
Etymologie
*afgeleid van zwaai
Uitdrukkingen
- de scepter zwaaien — de baas spelen