zwabber
mannelijk (de)/ˈzwɑbər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- uit draden bestaande schoonmaakhulpmiddel op een steelEen zwabber is een handig hulpmiddel voor een schoonmaker.Hij kwam met zijn emmer en zijn zwabber en begon het dek te soppen.Zijn absurde walrussnor, die me aan de clowneske zwabber van mijn vader deed denken.
Etymologie
* In de betekenis van ‘dweil aan een stok’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1612
Vertalingen
Engelsmop
Fransserpillière, serpillère
DuitsMopp, Wischmopp, Schwabber
Spaansfregona
Italiaansmocio
Portugeesesfregão
Russischшвабра
Zweedsgolvmopp, mopp
Deensgulvmoppe
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek