zwanger
ˈzwɑŋər
Wat is de betekenis van zwanger?
zwanger betekent: in de toestand van een vrouw wanneer er in haar baarmoeder een bevruchting heeft plaatsgevonden
Betekenis
bijvoeglijk naamwoord
- in de toestand van een vrouw wanneer er in haar baarmoeder een bevruchting heeft plaatsgevonden
- zo vol met iets dat het te verwachten valt dat het eruit gaat komen
werkwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwangeren
- gebiedende wijs van zwangeren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwangeren
Voorbeelden van "zwanger" in een zin
- Als ik zo afwezig was plaagde ze me vroeger wel eens door tussen neus en lippen te melden dat ze zwanger was, waarbij ik uit afwezigheid niet eens opkeek.
- Hoewel het die nacht al zwaar had geregend, was de lucht nog steeds dicht en donker, zwanger van water. Hij omhulde me, en ik kon bijna niet ademhalen.
- Ik zwanger.
- Zwanger!
- Zwanger je?
Etymologie
van Middelnederlands swanger "(mentaal) van iets vervuld"; in de betekenis van ‘een kind dragend’ aangetroffen vanaf 1542
Vertalingen
afswanger
caembarassat, prenyat
Deenssvanger
Duitsschwanger
Engelspregnant, expectant
eograveda
Fransenceinte
fyswier
huterhes
Italiaansincinta
lagraves, praegnans
nogravid
nngravid
pappriña, ku bariga, ku barika
Portugeesgrávida
Spaansembarazada, preñada, encinta, en estado
Turkshamile, gebe
Zweedsgravid, havande
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek