zwangerschap

vrouwelijk (de)/ˈzwɑŋərˌsxɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tijd dat een vrouw een ongeboren kind met zich draagt
    Zij voelde zich niet lekker door haar zwangerschap.
    De aflossing had eigenlijk al uren geleden moeten plaatsvinden, maar de jonge echtgenote van Widmar Krause had 's ochtends weeën gekregen en het was haar eerste zwangerschap.
    Aanleiding voor mijn vrijwillige prostitutie was mijn zwangerschap, want al tijdens mijn derde week in Hohenschônhausen begon ik te vermoeden dat ik zwanger was van Werner.

Etymologie

*Afgeleid van het bijvoeglijke naamwoord zwanger .

Vertalingen

Engelspregnancy
Fransgrossesse
DuitsSchwangerschaft
Spaansembarazo
Italiaansgravidanza, gestazione
Japans妊娠
Poolsciąża
Zweedshavandeskap, graviditet