zwanzen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg (inerg) leuteren, grappen maken, lollig zijn
    ...; met de makkers maakte hij leute en lawaai, zwetste en zwansde hij, zong en zoop; ... blz 31 Van eenen Dweeper {{Aut|Ernest Windels

Etymologie

* Herkomst: Jiddisj