zwart
onzijdig (het)/zwɑrt/
Wat is de betekenis van zwart?
zwart betekent: (kleur) kleur die wordt waargenomen als iets helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleur) kleur die wordt waargenomen als iets helemaal geen licht weerkaatst of uitstraalt
- (kleur) de kleur zwart hebbend
- (figuurlijk) een donker gelaat of uiterlijk hebbend, opgevat als een etnisch kenmerk
- (figuurlijk) somber, rampspoedig
- (figuurlijk) clandestien, illegaal
Voorbeelden van "zwart" in een zin
- Heeft u die ook in het zwart?
- Zwart is de kleur van rouw, van de zondeval en van de Satan die zich afkeert van het Licht.[https://www.volkskrant.nl/boeken/bijbels-zwart-is-uit-leve-de-groene-bijbel~a4426853/ Bijbels zwart is uit, leve de Groene Bijbel], Erik van den Berg, 3 december 2016
- Grijs, wit en zwart zijn achromatische kleuren en dat betekent letterlijk dat dit kleuren zijn ‘zonder een echte kleur’.[http://www.lidathiry.nl/koel-grijs-en-warm-grijs/ Je hebt koel grijs en warm grijs - zie hier het verschil], Lida Thiry, 31 juli 2016
- Hij had een zwart pak aan.
- De zwart verkoolde buitenkant omhulde zacht, wit vlees.
Etymologie
*(erfwoord), via Middelnederlands "swart" van Oudnederlands "swart", in de betekenis van ‘kleur waarbij licht niet wordt teruggekaatst’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1001 Dit woord is te herleiden tot *suord- of *surd- en cognaat met "schwarz", "svart", "𐍃𐍅𐌰𐍂𐍄𐍃" (swarts) en Latijn "sordidus"
Uitdrukkingen
- op zwart zaad zitten
- op zwart gaan
- Zwart van de honger zijn ( of zien) — Er uitgeteerd en mager uitzien
- Zwarte sneeuw zien
- De zwarte dood — De pest en hierdoor veroorzaakte epidemieën
- Een zwarte dag — Een dag waarop iets heel tragisch gebeurt
- Het zwarte schaap zijn — Totaal anders dan de rest zijn, dat wil zeggen: de schuld van alles krijgen
- Hij liegt, dat hij zwart ziet (of wordt) — Hij is een aartsleugenaar
Vertalingen
Engelsblack
Fransnoir
Duitsschwarz
Spaansnegro
Italiaansnero
Portugeespreto
Russischчёрный
Turkssiyah, kara
Poolsczerń
Deenssort
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek